Home > Verslagen > Randonneur

WEL EN WEE VAN EEN RANDONNEUR.

Als met de leeftijd de explosiviteit uit de benen verdwijnt, maar het heilige vuur voor het fietsen niet is gedoofd, moet men als sporter zijn doelen anders gaan kiezen. Bezadigder misschien, maar niet geheel zonder uitdagingen! Het rijden van toertochten is daarbij een leuk én gezond alternatief. Bij het fietsen van dergelijke proeven stelt het lichaam zich immers van nature in op langdurige inspanningen. Het resultaat daarvan is een groter hart, een lagere hartslagfrequentie, een betere dooradering en doorbloeding van de spieren (bij een lagere bloeddruk), meer rode bloedlichaampjes (een effect vergelijkbaar met het gebruik van epo), minder witte (anaërobe) maar meer rode (aërobe) spiervezels, meer energie-generende mitochondriën en dus een globaal hoger aëroob potentieel. Toertochtjes van 200 tot 300 km (en meer) zijn dan helemaal geen probleem. Op het openings- en sluitings-weekeind na fietste ik dit seizoen zelfs wekelijks één dergelijk ritje. Dertig (30) in totaal. Zonder enige andere fietstocht daar tussenin wellicht zelfs een unicum in de annalen van het wielertoerisme.

Het weer als spelbreker

Eerder dan de lastigheid van de proeven, is het weer de grote bedreiging voor het welslagen van een dergelijk reeks. In maart de kou: jagende sneeuwbuien en op het einde van de rit zelfs een bevroren drinkbus in de “Winter” BRM 200 op 11 maart. Met dit jaar ook veel regen en wind in het voorjaar, en dus een constante bedreiging van verkoudheden. Zo was er de verzopen “Mons-Chimay-Mons” (24 april) en de barslechte BRB 300 in Doornik (13 mei). Maar vooral “Ardense Driehoek” (20 mei) was één grote miserie. Regen en nog eens regen, met striemende hagelbuien daar tussen in. Het was zelfs zo erg dat zelfs de meest geharde fietsers bij wijlen beschutting moesten zoeken achter en boom of iets dergelijks. Geen wonder dat ’s morgens slechts zes fietsers zich lieten verleiden voor een op zich mooie tocht.

Maar anderzijds was er de prachtige zomer van 2006. Althans voor zij die van de warmte houden. Uitschieters daarbij waren een snikhete “Parijs-Roubaix” (11 juni), met als absolute toppers de ritten in de Pyreneeën. Een verzengend hete cyclomontagnard in Pau op16 juni. Echt Landisiaans. Bloedheet ook in de historische tourrit “Luchon-Bayonne” (318 km) met een kletterend onweer op de verlaten col d’Osquich. Van een koude stortbui gesproken! Maar lekker fietsen was het dan weer in het ochtendlijke warmteonweer in Geluveld-Eperleques-Geluveld (22 juli). Om zes uur in de morgen al donder en bliksem langs alle kanten, warme regen, dampende wegen … en een heel café wachtende wielertoeristen; waarvan er toch twee vertrekken. Ik zelfs met een koersbroek en een truitje als enige kledingsstukken. Het zou immers warm worden die dag.

Maar liever dat dan het gore najaarsweer met de al vallende bladeren als onmiskenbare tekenen van het naderende seizoeneinde. Al viel het dit jaar nog mee.

Over de grenzen

Dertig fietstochten van meer dan 200 km kan men in Oost-Vlaanderen (laat staan rond Laarne) niet rijden. De Wielerbond Vlaanderen (WBV) heeft er zelfs maar eentje meer op zijn kalender staan, de klassieker “Drongen-Valenciennes-Drongen” op1 mei. Buiten de “E3 Prijs Vlaanderen” (12 aug), waarin gestart werd vanuit Gentbrugge maar die eigenlijk een West-Vlaamse organisatie is, waren er slechts twee echt Oost-Vlaamse proeven: de “Omloop Het Volk” (12 april) en de BRM 200 “Polders van Zeeuws-Vlaanderen” (23 sept). Maar zoals de BRB “Oostende-Zeeland” (5 aug) verliep deze laatste nog grotendeels over Nederlands grondgebied. Dit met de grote rivieren als decor. Eén en ander hield dan ook in dat zowat in alle hoeken van het land gefietst werd.

Zo werden met de Randonneurs.be nogal wat kilometers afgemaald in de Antwerpse en Limburgse Kempen, met lussen in het Maasland en Haspengouw. In de “Winter” BRM 200 (11 maart), de “Lente” BRM 200 (25 maart), BRM 200 “Doorheen Limburg” (6 mei) en de BRM 200 “Septemberrozen” (9 sept) werd daarbij veelvuldig gebruik gemaakt van het fameuze Limburgse Fietsnetwerk. Leuk dat wel, maar snel vervelend dat draaien en keren. De “Gastronomie” BRM 200 (20 aug) en zelfs de BRM 200 “Ardense Driehoek” (20 mei) doorheen Waals Brabant en de streek tussen Samber en Maas waren dan ook heel wat boeiender. Een onbekende en wat miskende fietsstreek deze laatste, maar met de vaak prachtige natuur, het rijke cultuurhistorische erfgoed en de vele rustige, glooiende wegen een waar paradijs voor recreatieve fietsers. Veel minder lastig dan de Ardense wielertoeristen-klassiekers “Landen-Trois Ponts-Landen” (27 mei), “Namen-Bouillon-Namen” (8 juli), de “Cimes Ardennaises” (19 aug) of de “Ostbelgischer Pheil” (27 aug), maar mede door het ontbreken van verkeersdrempels, paaltjes langs de wegen, asverleggingen, wegversmallingen en andere onnozelheden als bloembakken midden op de weg, goed fietsbaar. Ook in groep! Wat in de meeste modale Vlaamse fietsproeven met een parcours om tureluurs van te worden volstrekt onmogelijk is. Geen wonder dat een BRM als “A Travers le Hainaut” (22 april) en de BBR-klassieker “Mons-Chimay-Mons” (1 mei) elk jaar veel en schoon volk trekken. Hetzelfde prettige, vrije fietsgevoel kan men trouwens ook ervaren net over de Belgische grens in Frankrijk. De BRB 200 “Chimay-Rethel-Chimay” (15 april) en het Doornikse BRB-300 km brevet doorheen de Franse Ardennen en de Thiérache (Aisne) zijn dan ook prachtige sportieve fietstochten. Maar de beste herinneringen bewaar ik nog aan de verschillende zomerse fietstochten doorheen Frans-Vlaanderen; met “Oostende-Boulogne sur Mer-Oostende” op 24 juni, de “Yzervallei tocht” op 1 juli, “Geluveld-Eperlecques-Geluveld” op 22 juli, “Adinkerke-Cap Blanc Nez-Adinkerke” op 29 juli en de “Zuid-Vlaamse Pijl” naar Thérouanne op 16 september. Stuk voor stuk enige fietstochten, met passages langs de Noordzee, doorheen de polders onder Duinkerken, over de “Watten”berg of de Casselberg en doorheen dorpen als Bayenghem, Merckeghem, Bollezeele, Rubrouck, Steenvoorde en Hazebrouck zelfs het beste dat het wielertoerisme te bieden heeft. Al zal enige nostalgie hieraan wellicht niet vreemd zijn.


Sportieve hoogtepunten

Men zou er zelfs bij vergeten dat er af en toe ook stevig werd gefietst. Met de semi-klassiekers “Omloop Het Volk” (29 april), de E3 Prijs Vlaanderen (12 aug) en “Gent-Wevelgem” (18 juni) nog pittig ook. Deze laatste werd zelfs afgelapt aan een gemiddelde (over 225 km) van ruim 32 km per uur. Maar Gent-Wevelgem is dan ook een vluchtkoers, ook voor wielertoeristen. Wat niet kan gezegd worden van de Ronde van Vlaanderen (1 april). Het eerste hoogtepunt van het seizoen. Lastig met het slechte weer ’s morgens, de vele “bergjes” maar vooral de afstand (260 km) zo vroeg op het jaar. Moeilijker in elk geval dan “Luik” (4 juni), maar toch minder mooi dan Parijs-Roubaix (11 juni). Een helletocht voor velen maar voor mij de hemel. Zevenentwintig (27) kasseistroken van meerdere kilometers, ruim 260 km, bloedheet maar met de “moral” van de grote dagen een onvergetelijke “koers”. Niet te vergelijken , maar ongetwijfeld van hetzelfde sportieve niveau waren de ritten in de Pyrénéen. Op 16 juli werd daar startend vanuit Pau de “Randonnées des Cols Pyrénéens” (220 km) gereden. Eén van de vijf cyclomontagnards in Frankrijk, met de passages over de Col du Soulor, de Col d’Aubisque, de Col du Porteigh, de Col de Marie-Blanque, de Col du Hourat, de Col de Labays, de Col de Soudet, de Col de Souscousse, de Col de Sainte-Gracie, de Col de la Taillade en de Col de la Hourcère – onder verzengende omstandigheden nog wel – een marteling voor lijf en leden. Een dag later werd daar ook van start gegaan voor de historische tourrit “Luchon-Bayonne” (318 km). Een echt onmogelijke opgave die in 1926 slechts door één renner tot een goed einde kon worden gebracht: namelijk door Lucien Buysse, de kleene Flandriën uit Deinze die dat zelfde jaar de Tour zou winnen. Niet moeilijk eigenlijk als men weet dat men ’s anderdaags de andere renners in spelonken in de bergen moest gaan zoeken om ze met auto’s naar Luchon te brengen. Gelukkig (nou ja) gaat de wielertoeristenversie over twee dagen. Met op de eerste dag de 4 klassieke Pyrénéencols, de Col de Peyresourde, de Col d’Aspin, de Col du Tourmalet en de Col du Soulor + Col d’Aubisque op het menu. Steile cols van eerste categorie of buiten categorie, dit jaar te beklimmen onder verzengende omstandigheden. Niets voor prutsers dus. Zeker niet omdat ’s anderendaags nog eens 180 km onder de wielen geschoven werd met onder meer de Col de Marie-Blanque, de Col d’Osquich en nog een hele trits minder bekende bulten in het Baskenland. ’s Avonds smaakte de “plat de fruits de mer” in Bayonne dan ook verrukkelijk. Fietsen op zijn best.


Toch een makkie

Samen bleken de dertig fietstochtjes goed voor 6 600 km mooi fietswerk. Maar over het volle seizoen beschouwd is een dergelijke reeks fietsproeven absoluut niet slopend. Daarvoor waren de afstanden te kort en de inspanningen te zeer gespreid in de tijd. Absoluut geen “Tour de France”- toestanden dus waarin ik ooit in 22 opeenvolgende dagen 4 800 km aflegde over 50 cols aan een gemiddelde van 225 km per dag. Ook geen 400, 600 of 1200 km brevetten waarin al vlug 400 km per dag dienen afgefietst te worden. Vaak bij nacht en ontij. Zo reed ik ooit Parijs-Brest-Parijs (1202 km) in 62 uur of goed 2,5 dagen. Maar zoals boven reeds aangegeven, kan een op de afstand getraind lichaam veel verdragen. Heel veel zelfs. Voort gestuwd door de endorfine in de spieren is het lange-afstand-fietsen zelfs een roesverwekkende belevenis. Eigenlijk een echte verslaving. Maar dan een gezonde. Regen af en toe, en vaak (heel) vroeg opstaan wegen daar absoluut niet tegen op.

Lange-afstand-fietsen zou dan ook een uitdaging moeten zijn voor eenieder die ernstig met zijn sport bezig is.

Doen dus!!!


13.01.2007

Hubert Paelinck